Blogs

De Schizofrenie van het Sinterklaasfeest

Toen ik nog “ kinderloos” was stond ik eerlijk gezegd niet zo stil bij het hele Sinterklaasfeest. Tuurlijk, een gedichtje maken hier, een surprisetje daar, chocolade, pepernoten en als ik het echt te gek wilde maken gooide ik al mijn verleidingskunsten bij mijn lieverd in de strijd om hem over te halen iets in mijn schoen te stoppen (bij voorkeur iets met veel kant uit de Marie Jo winkel).

Sinds de komst van Fabian is dat natuurlijk anders. De opbouw begint gelukkig zeer geleidelijk, want baby’s vinden Sinterklaas nog niet zo boeiend. Als je mazzel hebt, kun je de hele kolder nog eens een jaartje uitstellen omdat kinderen rond hun eerste jaar eenkennig worden. Mannen met mijters in jurken en zwarte mannen die snoep rondstrooien zijn dan heel eng. Geef ze eens ongelijk. En wij onze kinderen maar waarschuwen geen snoep van vreemden aan te nemen.

Maar vanaf het tweede, derde jaar kom je er gewoon niet meer onderuit. En sinds dit jaar heb ik iets opmerkelijks geconstateerd: de schizofrenie van Sinterklaas. Aan de ene kant is daar dat gezellige, het knusse en kneuterige. Denk: roze wolk. Denk: opgetogen kindergezichtjes en rode wangetjes van de kou. Ik moet eerlijk toegeven dat ook mijn moederhart smelt als Fabian uit volle borst “ Zie ginds kom te stoomboot” zingt en dat ik gniffel elke keer als ik iets in zijn schoen stop. Heerlijk. De perfecte vertolking van “Heerlijk avondje is gekomen”.

Maar vergis je niet: ook die goede oude Sinterklaas heeft zo zijn schaduwkanten. Onze kinderen kunnen van verwachtingsvol ineens omslaan in hebberige kleine monstertjes (“ Ik wil dat hebben” “ Dan vraag je het aan sinterklaas lieverd” “ nee ik wil het nu”) en vragen niet één keer, maar toch zeker vijftig keer per dag of het vandaag al pakjesavond is. Slapen gebeurt niet meer want menig kind wordt ’s nachts om 4 uur wakker om te kijken of er al iets in de schoen zit. In het ergste geval gaat het kind helemaal niet meer slapen omdat het óf doodsbang is dat er een Piet in zijn kamer komt óf omdat het een held is die wil opblijven met een zaklamp onder zijn dekbed om het raadsel van door de schoorsteen glijdende Pieten op te lossen. Aftelkalenders worden gewiekst omzeild (door gewoon alle stickers tegelijk op te plakken: “kijk mam, het is al pakjesavond!”) en dan heb ik het nog niet eens over de suikerbommen op beentjes die onze kinderen worden door de grote hoeveelheden chocola en pepernoten bij papa en mama én bij opa en oma én bij de lieve buren én bij vriendjes én bij vriendinnetjes én op het kinderdagverblijf. Om vervolgens na die bewuste suikerkick natuurlijk weer slap, hangerig en verveeld te gaan dreinen om cadeautjes. Ik snap nu ook waar dat algemene lamlendige gevoel in januari vandaan komt. Niks geen winterdepressie en verlangen naar de zon: we hebben gewoon allemaal één grote suikerdip.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.